Visie
Schipper in Rotterdam

Inspiratie

Wanneer ik onderweg ben naar Rotterdam en de dynamische haven zie, ervaar ik hoe bestuurders en ondernemers ooit kansen zagen én benutten om iets groots te creëren.

Het besluit om in 1872 de Nieuwe Waterweg aan te leggen, gaf Rotterdam een enorme economische impuls en opende de weg naar internationale groei. Tegelijkertijd werden er ook keuzes gemaakt om waardevolle landschappen, zoals het oer-Hollandse Midden-Delfland, te behouden. Die balans tussen ontwikkelen en beschermen voel je als je daar langs vaart.

Voor mij is dat iedere keer opnieuw een bijzondere ervaring — een krachtig voorbeeld van visie, lef en verbinding. Die inspiratie deel ik graag met je.

Foto galerij start vanzelf

Vanuit mijn ervaring als bestuurder en adviseur schrijf ik reflectieve columns over openbaar bestuur, leiderschap en maatschappelijke vraagstukken. Daarin verbind ik praktijkervaring aan duiding van organisatiecultuur, vertrouwen en publieke verantwoordelijkheid.

De grenzen van onze veerkracht

Over menselijke waardigheid, bestuurlijke moed en de kunst om elkaar weer te ontmoeten

Zaterdag 10 oktober bezocht ik Fenix, het kunstmuseum over migratie in de voormalige havenloods op Katendrecht in Rotterdam. In de indrukwekkende fototentoonstelling The Family of Migrants vertellen bijna tweehonderd foto's uit de hele wereld verhalen over mensen die hun vertrouwde omgeving verlaten. Over afscheid en aankomst, hoop en verdriet, en de zoektocht naar veiligheid en een menswaardig bestaan. Twee foto's, vlak bij elkaar, bleven me in het bijzonder bezighouden.

De eerste werd in 1950 gemaakt door Alfred Eisenstaedt en toont een slaapzaal op Ellis Island, het voormalige immigratiestation in New York. Eisenstaedt was zelf in 1935 uit nazi-Duitsland naar Amerika geëmigreerd. Vijftien jaar later fotografeerde hij mensen die op toelating tot de Verenigde Staten wachtten. Dat gebeurde in een periode waarin strengere immigratieregels tot onzekerheid en soms langdurige detentie leidden. Het was dus zeker niet allemaal beter geregeld dan tegenwoordig. Maar de mensen op de foto hadden in ieder geval een dak boven hun hoofd en een bed om op te slapen.

De tweede foto toont een schrijnend tafereel uit Ter Apel, ruim zeventig jaar later. Mensen die buiten op de grond moeten slapen, wachtend op een plek in de opvang. Twee landen, twee tijdperken, twee verschillende omstandigheden. En toch dringt zich een ongemakkelijke vraag op. Hoe kan het dat we, met alle welvaart, kennis en voorzieningen waarover we tegenwoordig beschikken, kennelijk niet altijd in staat zijn iets zo elementairs als een fatsoenlijke slaapplaats te organiseren? Wat zegt dat over onze vooruitgang? En misschien nog belangrijker: wat zegt het over ons?

Die foto's brachten me niet alleen aan het denken over migratie, maar over iets veel groters. We zijn in Nederland bijzonder goed geworden in het organiseren van onze samenleving. We beschikken over wetten, regels, procedures en deskundige instituties. Maar zijn we onderweg niet te veel gaan vertrouwen op onze systemen en te weinig op ons vermogen elkaar werkelijk te begrijpen? We zijn rijker, vrijer en mondiger geworden. Maar zijn we daarmee ook beter geworden in samenleven? Misschien proberen we inmiddels met steeds meer regels en procedures te organiseren wat eigenlijk begint met belangstelling voor elkaar. Precies daar ligt volgens mij een belangrijke opdracht voor het openbaar bestuur. En misschien nog wel meer voor ons allemaal.

Menselijke waardigheid én maatschappelijke draagkracht

De discussie over asielopvang laat weinig ruimte voor nuance. Wie opkomt voor mensen die bescherming zoeken, zou onvoldoende oog hebben voor de grenzen van ons land. Wie wijst op de draagkracht van een gemeenschap, zou solidariteit afwijzen. Alsof het een het ander uitsluit. Je kunt menswaardige opvang verlangen en tegelijkertijd vinden dat Nederland niet onbeperkt mensen kan opnemen. Internationale solidariteit vraagt ook om beheersbaarheid en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden.

Er zijn gemeenten die veel bijdragen en gemeenten die minder kunnen of willen doen. Die verschillen verdienen aandacht. Welke voorzieningen staan onder druk? Wat hebben inwoners eerder meegemaakt? Welke beloften zijn nagekomen? Een gemeenschap kan veel dragen wanneer mensen begrijpen waarom iets nodig is en erop vertrouwen dat hun zorgen serieus worden genomen. Maar dat vertrouwen slijt wanneer besluiten vooral van bovenaf worden opgelegd en inwoners ervaren dat hun inbreng nauwelijks verschil maakt. Het elastiek staat op spanning. Wie harder blijft trekken, moet niet verbaasd zijn wanneer het knapt.

Mondiger geworden. Maar luisteren we nog?

We leven in een land met een ongekende welvaart, vrijheid en een hoog niveau van voorzieningen. Natuurlijk zijn er grote verschillen en heeft lang niet iedereen het gemakkelijk. Maar juist tegen die achtergrond valt iets op: we lijken steeds minder vanzelfsprekend bereid het oordeel van een ander te accepteren. Bijna alles staat ter discussie. De overheid, de deskundige, de politieagent en zelfs de leraar voor de klas. Een leraar die een leerling aanspreekt, moet zich soms tegenover diens ouders verdedigen, in plaats van op hun steun te kunnen rekenen.

Dat we kritischer en mondiger zijn geworden, is op zichzelf een verworvenheid. We hoeven niet terug naar een tijd waarin gezag automatisch gelijk betekende. Tegenspraak houdt ons scherp en beschermt tegen willekeur. Maar wanneer ieder oordeel onderhandelbaar wordt en het eigen gelijk steeds vooropstaat, wordt samenleven ingewikkeld. Daar raakt individualisering aan iets fundamenteels: we hebben steeds meer ruimte gekregen om ons leven naar eigen inzicht in te richten. Maar zijn we daarbij ook minder bereid geworden rekening te houden met wat anderen weten, nodig hebben of van ons mogen verwachten?

We spreken graag over onze rechten. Maar hoe vanzelfsprekend vinden we de plichten die daarbij horen? Opmerkelijk eigenlijk: in het alfabet komen plichten vóór rechten. In onze samenleving lijkt die volgorde soms omgekeerd. Misschien wordt het tijd om beide weer wat dichter bij elkaar te brengen. Want het recht om gehoord te worden, is niet hetzelfde als het recht om altijd gelijk te krijgen. En een samenleving waarin iedereen zijn gelijk opeist, maar niemand bereid is iets toe te geven, loopt uiteindelijk vast.

Wie neemt eigenlijk verantwoordelijkheid?

Die spanning tussen individuele belangen en gezamenlijke verantwoordelijkheid zien we ook terug in het openbaar bestuur. Het Rijk bepaalt het landelijke migratie- en asielbeleid. Gemeenten moeten een belangrijk deel daarvan uitvoeren. Maar waarom neemt het Rijk niet nadrukkelijker verantwoordelijkheid voor een structureel netwerk van opvangvoorzieningen, met continuïteit en professionele uitvoering? Gemeenten zijn daarbij onmisbare partners. Zij kennen de beschikbare ruimte, de voorzieningen en de lokale verhoudingen. Een eerlijke verdeling vraagt daarom meer dan een rekensom.

Ook commissarissen van de Koning en burgemeesters hebben hierin een bijzondere verantwoordelijkheid. Een commissaris moet niet alleen bijdragen aan de uitvoering van landelijke opgaven, maar ook kunnen terugmelden wanneer die uitvoering maatschappelijk of bestuurlijk vastloopt. En een burgemeester is meer dan degene die landelijk beleid aan inwoners uitlegt. Hij heeft een eigen ambt binnen het gemeentebestuur, met de verantwoordelijkheid om ook de zorgen en ervaringen uit zijn gemeenschap terug te brengen naar degenen die op afstand beslissen. Juist wanneer die boodschap ongemakkelijk is. Dat vraagt bestuurlijke moed. Niet om verantwoordelijkheden te ontlopen, maar om ze serieus te nemen.

Besturen doe je tussen de mensen

In mijn achttien jaar als burgemeester leerde ik een gemeenschap vooral kennen door aanwezig te zijn. Bij vreugde en verdriet, bij verenigingen, ondernemers en vrijwilligers. Daar merk je soms eerder dat de stemming verandert dan in een bestuurlijke rapportage. Toch kan die nabijheid gemakkelijk verdwijnen in een agenda vol overleggen, adviezen en verantwoordingsprocedures. Ook ik zal momenten hebben gekend waarop de bestuurlijke werkelijkheid te veel aandacht kreeg.

Goede ambtenaren zijn onmisbaar. Hun kennis en deskundigheid vormen de basis voor zorgvuldig bestuur. Maar uiteindelijk moet een bestuurder zelf oordelen. Is wat juridisch mogelijk is ook maatschappelijk verstandig? Wat doet een besluit met mensen? En wat betekent het voor hun vertrouwen in de overheid? Daarvoor moet je blijven kijken, luisteren en nadenken. Ook buiten het gemeentehuis. Het vraagt bovendien om zelfonderzoek: ben ik nog bezig met wat mijn ambt voor de samenleving betekent, of vooral met wat het ambt voor mij betekent?

Daarom moeten we voorzichtig zijn met politiek beladen inhoudelijke portefeuilles voor burgemeesters en commissarissen. Een burgemeester hoeft geen extra wethouder te worden. Een commissaris geen extra gedeputeerde. Wie zich te sterk vereenzelvigt met één beleidsopgave, loopt het risico het vertrouwen te verliezen van mensen die daar anders over denken. Juist de mogelijkheid om verschillende belangen te begrijpen, tegenspraak toe te laten en vastgelopen gesprekken weer op gang te brengen, maakt deze ambten waardevol. Maak jezelf minder belangrijk en je maatschappelijke betekenis groter.

Zelfs het luisteren hebben we georganiseerd

We zijn in Nederland bijzonder goed geworden in het organiseren van regels, procedures en toezicht. Dat is belangrijk. De rechtsstaat beschermt ons tegen willekeur. Maar een kloppende procedure betekent nog niet dat mensen zich gehoord voelen. Neem participatie. Een gemeenteraad wil een participatienota, een verordening en een participatieladder. Die ladder kent verschillende treden die aangeven hoeveel invloed inwoners krijgen: van geïnformeerd worden, via meedenken en adviseren, tot samen plannen maken of daadwerkelijk meebeslissen. Vervolgens willen we vooraf bepalen op welke trede inwoners mogen staan. Pas daarna begint het gesprek. Ik vind dat de wereld op zijn kop.

Natuurlijk zijn spelregels nodig. Inwoners moeten weten waarover zij kunnen meepraten en wie uiteindelijk beslist. Maar belangstelling voor mensen begint niet bij een vooraf gekozen trede. Het begint met vragen. Wie wordt geraakt? Wat speelt er werkelijk? Welke zorgen leven er? En wat hebben wij als bestuurders misschien nog niet begrepen? Bij de beoordeling van participatie kijken we vaak of het proces volgens de regels is verlopen. Maar zouden we niet minstens zo nadrukkelijk moeten vragen wat het gesprek daadwerkelijk heeft opgeleverd? Hebben we iets geleerd? Zijn standpunten veranderd? Is een besluit er beter van geworden? De kwaliteit van participatie blijkt ook uit de bereidheid van bestuurders om zelf van hun trede af te komen.

De samenleving kent geen rechte lijnen

Bij Fenix is ook de Tornado te zien, de indrukwekkende wentelende trap die zich een weg door het gebouw naar boven baant. Bij iedere bocht verandert het uitzicht. Je ziet iets nieuws, ontmoet andere bezoekers en kijkt vanuit een ander perspectief naar dezelfde omgeving. Eigenlijk is dat een prachtige verbeelding van onze samenleving. Mensen ontmoeten elkaar, verschillen van mening, veranderen van inzicht en vinden soms onverwacht een gezamenlijke weg.

Toch proberen we maatschappelijke ontwikkelingen regelmatig langs een liniaal te besturen. Met vooraf vastgelegde routes, procedures en uitkomsten. Maar de samenleving kent geen rechte lijnen. Bestuurders hebben een kompas nodig, geen spoorboekje. Waarden geven richting, maar onderweg moet ruimte blijven voor nieuwe inzichten. Dat geldt ook voor de manier waarop we met verschillen omgaan.

Neem de regenboogvlag. Iedereen moet veilig zichzelf kunnen zijn. Voor velen is die vlag een belangrijk teken van erkenning. Maar respect voor mensen blijkt uiteindelijk niet alleen uit een vlag aan een gemeentelijk gebouw. Het blijkt vooral uit de manier waarop we elkaar behandelen en de vrijheid die we elkaar gunnen. We hoeven niet overal hetzelfde over te denken om goed met elkaar te kunnen samenleven.

Wat wordt er werkelijk beter?

Dat kompas herken ik in Cittaslow, het internationale netwerk van gemeenten dat kwaliteit van leven centraal stelt. Met aandacht voor landschap, lokale identiteit, gastvrijheid, ondernemerschap en sterke gemeenschappen. Als jarenlang vicevoorzitter van Cittaslow International heb ik in gemeenten verspreid over de wereld ervaren hoe deze benadering tot betere keuzes kan leiden. Soms gaat het om iets kleins. Een dorpsplein dat weer een prettige ontmoetingsplek wordt. Meer ruimte voor een lokale ondernemer. Een praktische ingreep die het dagelijks leven van inwoners aangenamer maakt. Geen wereldschokkende veranderingen, maar wel verbeteringen die mensen daadwerkelijk ervaren.

Het bijzondere is dat deze manier van denken niet gebonden is aan één land, cultuur of bestuurlijk systeem. En evenmin aan de omvang van een vraagstuk. Dezelfde benadering kan helpen bij grote maatschappelijke keuzes over wonen, mobiliteit, economie, leefomgeving en de draagkracht van gemeenschappen. Cittaslow is geen pleidooi om ontwikkelingen tegen te houden. Het is een uitnodiging om bewuster te bepalen wat vooruitgang eigenlijk betekent. Meer productie, meer voorzieningen of meer mobiliteit betekenen immers niet vanzelf een betere samenleving. We moeten niet alleen vragen hoeveel we kunnen toevoegen, maar vooral: wat wordt er werkelijk beter, en voor wie?

Daarbij moeten we ook grenzen durven erkennen. Grenzen aan onze ruimte, onze leefomgeving en de draagkracht van gemeenschappen. Soms betekent dat een ambitie bijstellen. Soms juist een vertrouwde werkwijze loslaten. Onze waarden hoeven daarvoor niet te veranderen. Menselijke waardigheid, vrijheid, solidariteit en verantwoordelijkheid voor volgende generaties blijven richting geven. Maar de manier waarop we die waarden in de praktijk brengen, kan wel degelijk anders. Wat bij kleine vraagstukken tot betere keuzes leidt, verdient daarom ook een plaats in ons denken over de grote vraagstukken van Nederland.

Eerst drie ontmoetingen, dan één oordeel

Wanneer een bestuurlijk vraagstuk vastloopt, is onze eerste reactie vaak om opnieuw te overleggen, aanvullend onderzoek te laten doen of dezelfde argumenten nog eens op tafel te leggen. Maar meer van hetzelfde brengt niet altijd beweging. Soms zijn partijen zo gehecht geraakt aan hun positie dat niemand nog weet hoe het gesprek kan veranderen zonder gezichtsverlies. Juist dan is het verstandig niet onmiddellijk naar een nieuwe oplossing te zoeken, maar eerst te onderzoeken waarom het gesprek is vastgelopen. Welke belangen gaan schuil achter de standpunten? Welke zorgen blijven onuitgesproken? Waar is het vertrouwen verdwenen?

Een onafhankelijke bestuurder of procesbegeleider kan daarin van betekenis zijn. Niet door zijn eigen oplossing op te leggen, maar door andere vragen te stellen en mensen weer met elkaar in gesprek te brengen. Mijn voorstel is eenvoudig: eerst drie ontmoetingen, dan één oordeel. Spreek bij asielopvang eens met iemand die bescherming zoekt, iemand die zich zorgen maakt over de toekomst van zijn dorp en iemand die dagelijks in de opvang werkt. Hun ervaringen hoeven niet tot overeenstemming te leiden. Maar ze laten wel zien wat achter standpunten schuilgaat.

En misschien zouden bestuurders sowieso vaker tussen mensen moeten zijn zonder iets te openen, een besluit te verdedigen of een vooraf bedacht resultaat te willen bereiken. Gewoon luisteren. Nieuwsgierig zijn. Proberen te begrijpen waarom iemand anders denkt dan jij. Datzelfde mogen we trouwens ook van inwoners verwachten. Niet ieder gesprek hoeft gewonnen te worden. Het is tenslotte geen wedstrijd.

Geen reden om cynisch te worden

Ik denk terug aan die twee foto's bij Fenix. Ze laten zien hoe kwetsbaar menselijke waardigheid blijft, zelfs in een samenleving die over zoveel mogelijkheden beschikt. We hebben ongelooflijk veel georganiseerd. Wetten, instituties, bestuurslagen en een professioneel ambtelijk apparaat. Daar mogen we trots op zijn. Maar misschien zijn we onderweg te veel gaan vertrouwen op onze systemen en te weinig op ons vermogen elkaar werkelijk te begrijpen.

De oplossing ligt niet in het afschaffen van regels of instituties. Wel in het besef dat ze een middel zijn en geen doel op zichzelf. Dat vraagt iets van bestuurders, maar ook van de samenleving. Grenzen durven stellen zonder onverschillig te worden. Verandering mogelijk maken zonder kwijt te raken wat waardevol is. Belangstelling tonen voor mensen met wie we het niet vanzelfsprekend eens zijn. Misschien hoeven we Nederland niet opnieuw uit te vinden. Misschien moeten we elkaar gewoon opnieuw leren kennen.

Niet alles groter. Wel beter. Niet alles sneller. Wel bewuster. Niet allemaal hetzelfde. Wel samen. Zolang we daartoe bereid zijn, is er reden om betrokken te blijven. En geen reden om cynisch te worden.

 

Waar moet ik zijn?

Kabinet by Floriette BV

- Gaagweg 7, 2636 AJ SCHIPLUIDEN of

- Honderdland 354, 2676 LV MAASDIJK

telefoon: 0031 (0) 6 51 06 98 11

email: info@kabinetbyfloriette.nl

Ervaren praktijkadviseur

Arnoud Rodenburg is partner binnen het bedrijf en verantwoordelijk voor de strategische advisering. Met meer dan 30 jaar bestuurlijke ervaring op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau beschikt hij over diepgaande kennis van de publieke sector. Hij staat bekend om zijn creatieve en doortastende aanpak bij complexe vraagstukken.

Arnoud heeft een lange staat van dienst binnen het openbaar bestuur en is gespecialiseerd in het positioneren van gemeenten op basis van hun unieke kwaliteiten. Hij is zeer ervaren op het gebied van landschap, greenport, veiligheid en heeft een sterke affiniteit met de maritieme sector. Dankzij zijn brede bestuurlijke ervaring beschikt hij over een groot landelijk netwerk en een uitgebreid internationaal netwerk.

Waarom Kabinet?

Als burgemeester had ik een kabinet: een overlegplek waar vertrouwen vanzelfsprekend was en vertrouwelijkheid gegarandeerd. Juist die basis is bij bestuursadvisering van onschatbare waarde.

In alle kwetsbaarheid moet je vrijuit met elkaar kunnen spreken, twijfels delen en perspectieven verkennen. Alleen dan kun je op het juiste moment naar buiten treden met een verhaal dat stevig staat. Een verhaal dat voortkomt uit authenticiteit — gedragen door gevoel, passie en overtuiging.

Floriette Experience Center

Voor onze zakelijke arrangementen vanuit Schipluiden werken we nauw samen met het team van Floriette Experience. Samen creëren we inspirerende ontmoetingen in een prachtige natuurlijke omgeving.

Het doel is eenvoudig maar krachtig: mensen laten genieten van de natuur, het landschap en van elkaars gezelschap. Een omgeving waar ontspanning, verbinding en inspiratie samenkomen.

 

Heb je al een besluit genomen?

Nog even van gedachten wisselen op de bank? Natuurlijk kan dat ook!